25-04-07

Basisstrategieen

We kregen de vraag binnen om de verschillende basis optiestrategieen en de transactieterminologie nog eens te verduidelijken. Er zijn 4 basisstrategieen:

1. AANKOOP CALL

  • U verwacht een stijging van het onderliggende aandeel;
  • U heeft het recht het aandeel tegen een vastgelegde prijs (srtrike, uitoefenprijs) in de toekomst te kopen;
  • Voor dit recht betaalt u een premie
  • De tijd is in uw nadeel (het aandeel moet binnen een bepaalde periode stijgen);
  • Winst op vervaldag indien koers aandeel > uitoefenprijs + betaalde premie.

2. VERKOOP CALL

  • U verwacht geen stijging van het aandeel boven de strike;
  • U heeft de plicht aandelen te verkopen indien ze boven de strike noteren;
  • Voor die plicht ontvangt u een premie;
  • De tijd is in uw voordeel;
  • Winst op vervaldag indien koers aandeel < uitoefenprijs + ontvangen premie.

3. AANKOOP PUT

  • U verwacht een daling van het onderliggende aandeel;
  • U heeft het recht het aandeel tegen een vastgelegde prijs (srtrike, uitoefenprijs) in de toekomst te verkopen;
  • Voor dit recht betaalt u een premie;
  • De tijd is in uw nadeel (het aandeel moet binnen een bepaalde periode dalen);
  • Winst op vervaldag indien koers aandeel < uitoefenprijs - betaalde premie;

4. VERKOOP PUT

  • U verwacht geen daling van het aandeel onder de strike;
  • U heeft de plicht aandelen te kopen indien ze onder de strike noteren;
  • Voor die plicht ontvangt u een premie;
  • De tijd is in uw voordeel;
  • Winst op vervaldag indien koers aandeel > uitoefenprijs - ontvangen premie.

Orders kunnen alsvolgt doorgegeven worden. Indien een een positie inneemt, is dit een openingstransactie: In het geval u de optie koopt (u gaat long) spreken we over een open buy, buy to open of openingsaankoop).  Dit geldt zowel voor de aankoop van calls als voor de aankoop van puts. In het geval u de optie verkoopt (u gaat short) spreken we over een open sell, sell to open of openingsverkoop.  Dit geldt zowel voor de verkoop van calls als voor de verkoop van puts. 

Opties kan u ofwel op de vervaldag laten vervallen (als er geen intrinsieke waarde is en de optie waardeloos is geworden) of u kan de positie ten allen tijde sluiten d.m.v. een sluitingstranactie.  We spreken dan van een close sell (of sell to close, sluitingsverkoop) en van een close buy ( of buy to close, sluitingsaankoop).

De strategie van de optie-portefeuille bestaat erin puts te verkopen (zie strategie nr. 4).

Posities worden ingenomen als OPEN SELL PUT; als we de positie willen sluiten, doen we dit via een CLOSE BUY PUT.

14:28 Gepost door in Strategie | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

Commentaren

Bedankt voor deze toelichting - het is allemaal nog niet zo heel duidelijk voor mij, maar mijn interesse voor opties is zeker gewekt.

Gepost door: Hans L. | 26-04-07

De commentaren zijn gesloten.